Is dat een A?


In het atelier van Akademie Hilde lopen vijf vrouwen door elkaar. Dichtbij de ingang staan regisseuse Lise-Lott Kok en Trees Wesselingh verschillende turkooisblauwe vesten te proberen. Het ene vest is te pompeus, het andere te sportief, weer een ander vest is “te sjiekig”. “Ja,” zegt Trees uiteindelijk, “dit is wel echt een blokhutvest.” In een andere hoek staat een contrabas waarop José Arends akkoorden oefent die mij bekend in de oren klinken. Gastvrouw Hilde Schneider loopt langs me heen, driftig op zoek naar iets (ik ben het niet). De eerste die ontdekt dat ik niet bij de groep hoor, is Lise-Lott. Ik mag mijn uitvalsbasis inrichten op de plek waar het publiek zal komen te zitten tijdens de voorstellingen.
Terwijl ik mijn jas en camera installeer tussen de verschillende houten stoeltjes neem ik de ruimte rustig in me op. Aan de wanden hangen schilderijen van verschillend formaat, achterin de ruimte is een keukentje. De potjes, beeldjes en andere spullen in het atelier zijn op zichzelf een stilleven; elk klein voorwerp lijkt al een verhaal te willen vertellen. TL-verlichting, gloei- en spaarlampen wisselen elkaar af. Naast de stoeltjes staat een gaskachel met een koperen ketel erop. Nicole Reijmer, die net voor mij was binnengekomen, haalt een gitaar uit haar meegebrachte koffer. Uit een andere koffer komt een harmonica tevoorschijn. “Wij oefenen de liedjes alvast, dan kun jij nog even in de relax-stand,” zegt een van de muzikanten tegen Hilde. Lise-Lott neemt samen met Hilde intussen haar tekst met bijbehorende queues door.
“Is dat een A?” vraagt José kritisch aan Trees. “Bij mij wel!” luidt het antwoord. Trees probeert een andere toon en kijkt weifelend naar Nicole. “Geef eens een C dan?” Terwijl de dames van de muziek hun instrumenten afstemmen bespreken Lise-Lott en Hilde de verlichting. TL-licht of kaarsen? Is deze lamp echt nodig? Hilde: “Ik ben kippig, die heb ik wel nodig!” Ik besef ineens dat de melodie die ik steeds al probeer te herkennen van een bekend nummer van een overleden zangeres is, als ik Lise-Lott hoor zeggen: “Ik denk dat ik hier toch gewoon een bouwlamp neerzet hoor…” Niet veel later voegt zij de daad bij het woord, onder luid protest van de muzikanten. Er komt nog een filter voor, dus er is geen reden tot paniek.
Als alles ongeveer is zoals het zijn moet, begint het team een oefenronde. Hilde vertelt haar typmachine en het publiek over een blokhut in de sneeuw: een verhaal over vertrek, verlies en terugkijken. De cues moeten nog wat worden afgestemd en de overgang van de ene naar de andere scène moet meestal nog worden gesouffleerd of opnieuw gedaan. Ondanks de nog wat rauwe vorm van het stuk, maakt het diepe indruk. In de zorgvuldig ingeluide stiltes, alleen overstemd door het stille, gestage sissen van de gaskachel, voel ik op mijn houten stoeltje precies de lading van het verhaal van Hilde.
“Het is pure fictie hoor, dit verhaal,” zegt Hilde lachend. Lise-Lott wil emotie zien. “Ja, ik word dus helemaal verdrietig. Ja, ja.” Na nog een oefenronde wordt duidelijk dat het stuk nu ruim 12 minuten duurt. Lise-Lott weet zeker dat dat nog wel korter wordt naarmate ze het vaker hebben geoefend. “Bij de volgende, derde repetitie gaan we het gewoon een keer of vijf, zes achter elkaar oefenen. Dan loopt alles straks helemaal soepel.”

De drie muzikanten spelen vaker samen, dat hoor je ook aan hun spel. José speelt in verschillende verbanden op professioneel niveau, hoewel het volgens haar eerder voelt als een uit de hand gelopen hobby. Zij woont zelf niet in de Burgemeesterswijk, maar Trees wel. Samen met Nicole spelen ze nu ongeveer sinds een jaar op verschillende locaties verschillende nummers uit het repertoire van bijvoorbeeld Tom Waits en Eva Cassidy.

De agenda’s worden nog even naast elkaar gelegd om zeker te zijn dat de volgende afspraak voor iedereen duidelijk is. We mogen niet helpen met opruimen: dat doet Hilde liever zelf. Zij weet zelf het best hoe alles moet staan voor de volgende schilderles.

Tekst en foto’s: Laurens Vrakking