Klappen in de Diaconessenkerk

Kerken bezoek ik alleen bij begrafenissen. De Diaconessenkerk vormt geen uitzondering op deze zelfverzonnen regel. Bij het rammelen aan de poort krijgen we te horen dat het publiek plaats mag nemen in het zogenaamde ‘lithurgische centrum’ en op de marmeren tafel voorin de kerk mag gaan zitten. Even is het schrikken, het kerkje zit al halfvol. ‘Komen hier meer groepen tegelijk?’ vraag ik aan de publieksbegeleidster. Ik nestel me met pen en papier middenin de as van de kerk, met zicht op de stoelen waar de kerkgangers op horen te zitten.
Het is erg stil, ik kan mijn pen horen krassen. Een buurman trekt zijn wenkbrauwen op en werpt me een blik van verstandhouding toe. Dan start te voorstelling en gaan de zangers en zangeressen aan de wandel. Een voor een verheffen ze zich boven de gelovigen, op weg naar het hoger gelegen kerkkoor, achterin de kerk.
Mijn voorstelling van een klassiek koor wordt op twee manieren aan het wankelen gebracht: het publiek wordt toegezongen en ik neem de plaats van een voorganger in. Aan het eind van de voorstelling zijn alle koorleden over een ‘zwevende’ trap op het kerkkoor beland. Hoe enthousiast mag je klappen in de kerk?
Situatie Diaconessenkerk jm 26 april 2013