Tromgeroffel bij een tuinhuis


Tromgeroffel lokt ons naar het tuinhuis. Puck brengt ons naar de verhalenman. Daar horen we aan de voet van een veranda een oud verhaal van ver en lang geleden over het begin. Van generatie op generatie aan elkaar doorverteld. Dat gebeurt nog steeds … Ook nu weer.
Ik woon de laatste repetitie bij. Het is etenstijd. Er wordt eerst nog druk “droog” geoefend op de tekst, de toon, de blik, de timing, de stiltes, het geluid. Tussendoor een boterham en een slok wijn en … de feedback van Nelleke. “Wat veel tekst …” , denk ik. “Wat een werk om dat uit je hoofd te leren en tegelijk goed te brengen.” De één heeft veel tekst en de ander weinig. Allebei is moeilijk. En wat fijn als je dan tips krijgt.
Hoe doe je alles tegelijk? Trommelen zo zacht als wat, spelen van je rol, lezen van een tekst? Hoe blijf je bij je theatrale gevoel ? “Kun je droevig trommelen? Dat moet je kunnen zien? Kun je ook in jezelf trommelen?”. Hoe maak je goed contact met de acteur en met het publiek? En hoe is dat straks als al het publiek er is en op twee meter afstand van je staat?
Naar alles wordt gekeken met een laatste blik. De bolhoed, de gele stropdas, de grootte van de letter van de tekst, het verhalenboek. Maar ook een laatste keuring van het pad, de intimiteit op de plek, het geluid van de trommel, het begin en het eind voor het applaus en de verlichting in de schemer.
Nog één keer nu met de bezoekers van deze avond tegen donker aan langs het kronkelige pad naar het tuinhuis boven op de helling….
Dan nog de laatste aanwijzingen en een welgemeend “veel succes!”. Ik hoor op de valreep dat onze jongste deelneemster van het Kwartier van de Burgemeester actrice in een film wil worden. Ze staat daar in haar prachtige jurk voor de spiegel en ik kan het van haar gezicht af lezen. Ook al zo’n mooie droom als in het verhaal.