Zuchtende kamers en krakende vloeren

In het huis van Rudolf Jekel en Yvonne Rohde word ik binnengelaten als de schemering net heeft ingezet. In een zacht verlichte kamer waarvan twee wanden bedekt zijn met riant gevulde boekenkasten en een derde met een piano, zitten zes dames om een tafel geanimeerd in gesprek. Ik mag er alvast bij komen zitten om het gesprek te volgen. De groep bespreekt de choreografie in het op te voeren stuk in afwachting van de komst van artistiek leider Albert Hoex.

“Dames, effe luisteren naar mij.” Regiseusse Nelleke Verweij heeft de dames onder strakke regie. Met de dienstbode neemt zij door hoe de groepen publiek het best gestuurd kunnen worden in de relatief kleine ruimtes. De tekst van het door Verweij geschreven stuk wordt ‘droog’ geoefend. Mejuffrouw B.W.F.A. Steens Zijnen vertelt over haar huis met zijn 36 deuren, zijn zuchtende kamers, krakende vloeren en de kelder waar de voorraad en de muizenvallen staan. Actrice Heidi van de Gevel deelt met de anderen hoe zij haar tekst onthoudt: door te oefenen tijdens andere bezigheden, zoals in de auto of tijdens het opvouwen van de was.

Mejuffrouw Steens Zijnen is geen fictief figuur: zij is de dame in wier opdracht de woning bijna een eeuw geleden werd gebouwd. Gastheer Rudolf Jekel vertelt dat het grote huis alleen voor haar en haar dienstbode was gebouwd. De woning heeft veel vertrekken, klein en groot, vaak met afgezonderde faciliteiten voor de dienstbode. “De keukendeur kan zelfs van buiten op slot, zodat de dienstbode daar niet uit kon,” vult zijn vrouw Yvonne Rohde aan. Rohde doet zelf mee als lid van het koor in de Diaconessenkerk. Het echtpaar stelt het huis vaker open voor activiteiten in de wijk. Eind 2012 werd hun huis nog besproken in de serie ‘Wonen in een rijksmonument’ in het Wijkcontact. “Het is leuk dat het stuk zo bij het huis past, het is echt op het huis geschreven.”

Na de komst van Hoex wordt het stuk opgevoerd in de woning. In een mysterieuze sfeer voert het stuk door de woning. De duur van het stuk wordt getoetst en de opmerkingen van Hoex worden in overleg besproken en verwerkt. Het stuk eindigt op bijzondere wijze. “Mag er geklapt worden?” Voor de dames hoeft dat niet per se: “We doen dit niet ter meerdere eer en glorie,” zegt de een – direct gevolgd door een “Nou …” van een ander. Alle details worden doorgesproken, tot aan de plaats van de strijkplank in de slaapkamer en de verlichting in het broeikasje.

Omdat het de laatste repetitie is voor de generale repetitie, komt er aan het eind van de avond ook nog een groepje publiek bestaande uit andere acteurs. “Blijf je tot het einde van de repetitie?” vraagt Jekel mij. Natuurlijk. “Wij ook.” grapt hij.

Tekst en foto’s: Laurens Vrakking